Een paar jaar terug hing ik als Spiderman aan de klimmuur.
Niet de heldhaftige versie.
Eerder de versie: Ik hou me met alles krampachtig vast aan de grepen.
Op vijf meter hoog begon de onzekerheid. Op tien meter was elke souplesse en techniek volledig verdwenen.
Angst voor de hoogte. Geen vertrouwen in het materiaal. Doemscenario's in mijn hoofd. Ik zag alles breken: het touw, de haak, mijn klimgordel.
Maar ik wilde niet opgeven. Niet falen. Dus ging ik door, tanden op elkaar, spieren strak gespannen. De bovenkant aantikken zonder naar beneden te kijken, en dan zo snel mogelijk weer naar beneden. Het moment van de muur loslaten en het touw volledig vertrouwen was het allerengst. Rondom mij zag ik anderen vrolijk naar beneden zakken. Kinderen bengelden aan het touw alsof ze op een schommel zaten. En ik? Ik kon niet snel genoeg weer grond onder mijn voeten voelen.
De dag nadien: stramme spieren. Verstijfd - letterlijk - van de angst. Ik hield het nog even vol. Tot ik toegaf: "Muurklimmen is niets voor mij. Ik kan niet winnen van de hoogte."
Ondertussen gaat het leven verder. Reizen, botsen, lichaamswerk in therapie, blokkades loslaten, mijn lichaam leren kennen. En vooral: emoties beleven in plaats van ze weg te duwen.
Nu sta ik opnieuw naar de klimmuur te kijken. De kinderen genieten van het spel aan de muur.
"Je bent niet meer dezelfde" zegt Thomas rustig. Geen opdracht, geen duwen.
Ik voel dat hij gelijk heeft. Maar hoogtevrees... dat kan toch niet zomaar weg zijn?
Ik trek de klimgordel aan. Geen trillende vingers. Ik voel mijn voeten op de grond en de banden rond mijn bekken. De kern van mijn lichaam, steeds meer mijn rustpunt en fundament. Ik bekijk het materiaal en zeg tegen mezelf dat het veilig is. Dat ik het mag vertrouwen. Dat ik mezelf mag vertrouwen. En dat ik plezier mag hebben.
Ik klim.
Na enkele meters stop ik en kijk naar beneden. De schrik blijft uit. Ik adem, ga verder. De spanning neemt wat toe, ik voel het en blijf even hangen. De angst krijgt ruimte. Ik lach tegen mezelf. Daar was het herkenbare gevoel. En het trekt weer weg. Ik kijk om naar beneden. En dan weer omhoog. Ik ben oké. Dit is anders.
Nu wil ik echt hoger.
Ik klim door tot helemaal boven, speelser dan ooit. Ik hang in het touw en kijk rustig rond. De leegte onder me beangstigt me niet meer. Ik daag mezelf nog even uit: "Dit is echt wel hoog, hé". Ik laat het helemaal binnenkomen. Met een brede glimlach.
Beneden staat Thomas naar me te kijken. Hij ziet precies wat er gebeurt. Een overwinning. Van een andere soort.
Dit is een 'voor' en 'na'. Ik ben niet meer dezelfde.
Heb ik zojuist echt mijn hoogtevrees losgelaten?