Het lijkt alsof een kind geboren wordt, zoekend naar autonomie. Stampende voetjes, "neen", een eigen willetje. Kinderen die driftig door de wereld gaan, vol energie en passie. Intens.
Té intens?
Beetje bij beetje gaan ze meebewegen. Aanpassen.
Soms om de lieve vrede te bewaren. Soms uit schrik om ergens niet bij te horen. Soms omdat een andere weg gemakkelijker gaat.
A good girl, a nice boy.
Je eigen weg? Of toch een weg. Slingerend in het bos, langs de grote en kleine rotsen. Een omweg, of volledig nieuwe richting.
Grote stukken van die intensiteit zijn weg. Een autonomie die niet meer volledig voelt. Aangepast aan de wereld om ons heen. Rekening houdend met de mensen met wie we samen leven. Het meest aangepast voor hen die we het liefst zien. Om hen niet te verliezen.
En zo houden we het beiden in stand. In een relatie.
Wie ben je?
Als je je niet zou aanpassen
"Ik wil geen potten breken, het is beter van water bij de wijn te doen."
Het is doodeng.
Want hoe zou de relatie veranderen als één van beide zijn of haar eigen weg terugvindt?