De openingsquote in mijn boek gaat over de waarheid. Ik spreek over eerlijkheid.
Was ik dan voordien niet eerlijk? In mijn ogen wel. Ik zei wat ik dacht, ik was meestal ook niet op mijn mond gevallen (zoals er soms gezegd wordt). En had ook geen schrik om in debat te gaan en tegengewicht te geven.
Wat is dan het verschil?
Het vechten.
En de kwetsbaarheid.
Ik zei wel, boos: "Dit is zottenwerk. Te druk, te veel."
Ik zei ook, met een zucht: "Ik ben eigenlijk te moe hiervoor en wil het rustiger."
Ik zei niet: "Ik heb niet de energie om dit te doen, maar ik ga het toch doen, omdat ik schrik heb dat ik ga ontgoochelen. Ik wil niet falen, ik wil niet zwak zijn. Ik denk dat ik niet goed genoeg ben als ik dit niet doe."
The ugly truth. Diep verstopt.
Pas toen ik het uitsprak, tegen mezelf, kreeg het ruimte. Begon ik het te zien. En kon ik er iets mee.
Kracht is misschien net dat. Het gaat niet over 'grenzen verleggen'. Het gaat over wat er achter zit.