En dan springen ze.
Je staat als moeder te kijken.
Zoveel keer voelde ik mijn lichaam volledig verkrampen. Volle focus op mijn kinderen. Mijn hoofd zei: "Loslaten loslaten". Maar mijn lijf verstond er niets van. Dat stond op scherp. Alert. Wakend over mijn kinderen.
"Te krampachtig, overdreven" zei ik dan tegen mezelf. Ik wil mijn kinderen de vrijheid geven om te leren. Om op te groeien zonder een moeder die ze tegenhoudt omdat zij te angstig is. Ik wil dat ze de wereld verkennen, onbevreesd. Gezond voorzichtig, niet té voorzichtig.
Het is een constante battle met angst. Het erdoorheen duwen. Zelf continu mijn grenzen verleggen, omdat ik niet wou vastzitten. Voordat ik kinderen had, had ik het onder controle, het ging.
En dan komt het moederschap. Next level. Kind per kind dat erbij komt, is een achillespees erbij. Mijn ultieme zwakke plekken.
En dan trek ik de wereld in, maandenlang. Waar ben ik aan begonnen, dacht ik soms? Vechten tegen die angst kostte me bakken energie. Gewoon omdat ik wist dat er ergens iets niet klopte. Dat mijn kompas niet zuiver was. Dat mijn angst echt wel soms onredelijk was. Mijn man hielp me, ik leerde van hem dat ik meer mag loslaten.
Maar het schakelpunt kwam pas toen ik inzag dat die angst in mijn lichaam niet van mij was.
Het is de angst van mijn moeder, en van haar moeder. Generaties lang doorgegeven. "Voorzichtig zijn he", was het laatste wat ik hoorde, elke keer als ik wegging. De vrouwenangst. Verstopt onder het masker van sterke vrouw zijn. Schouders recht en doorgaan.
Waar het ontstaan is? Ik weet het niet. De oorlog twee generaties terug? Het zelfbehoud van generaties vrouwen die willen opkomen voor zichzelf, en ondertussen ook hun kinderen willen beschermen? Bescherming tegen misbruik, overheersingen? Ik weet het niet. Ik hoef het niet te weten.
Maar ik heb het wel kunnen loslaten.
Door te beseffen dat het niet van mij is. Dat mijn lichaam het overgenomen had, als de 'standaard modus operandus'.
"Je gevoel volgen" kon ik pas toen ik die overgedragen angst had losgelaten. Pas dan kon ik zuiver oordelen. Voelen wanneer ik 'even moest doorbijten' of wanneer het echt niet veilig was. Beslissen zonder ruis. Ademen, rust in mijn lichaam.
En toen kon ik hen laten springen. Van die metershoge plank in Indonesië. Meer dan twintig keer, telkens opnieuw. Ik vertrouw hen.